Berichten

“Zorgen voor je naasten is in de Marokkaanse cultuur vanzelfsprekend.”

Toen zij zelf mantelzorger werd voor haar zieke man, merkte Saadia Charaf (43 jaar) dat er binnen de Marokkaanse cultuur nog een groot taboe rust op het vragen van hulp en ondersteuning. Nu wil zij met haar Stichting Aknarij West dit taboe doorbreken: “Ik wil laten zien dat je gewoon gebruik mag maken van de hulp die er is.”

Stichting Aknarij West biedt mantelzorgondersteuning, respijtzorg en activiteiten voor mantelzorgers  in Amsterdam-West. Ze richten zich op buurtbewoners in Bos & Lommer die door taalachterstand of lage opleiding veel thuis zitten en weinig contacten hebben buiten de familie. Saadia, voorzitter van Stichting Aknarij: “Jarenlang konden deze mensen zich redelijk redden, omdat hun kinderen veel hebben geholpen met het regelen van allerlei zaken. Als de kinderen een gezin stichten en buiten Amsterdam gaan wonen, kunnen zij hun ouders niet meer bij de dagelijkse bezigheden helpen. En dan vallen deze mensen in een gat.” Stichting Aknarij springt in dat gat door in de informele kring naar hulp te zoeken voor bijvoorbeeld boodschappen doen, meegaan naar de dokter om te vertalen of te helpen bij de administratie, samen een kopje koffie drinken en een praatje maken. Als er in de directe omgeving van een buurtbewoner niemand beschikbaar is, zet Stichting Aknarij een vrijwilliger in. Als er sprake is van mantelzorg, kan Stichting Aknarij ook hulp bieden. Bijvoorbeeld door respijtzorg in te zetten, waarbij een vrijwilliger bij het zieke familielid helpt, zodat de mantelzorger even de deur uit kan en kan ontspannen. Ook organiseert Stichting Aknarij informatiebijeenkomsten en activiteiten voor mantelzorgers.

Hulp uit de vertrouwde omgeving
De meeste vrouwen die bij Stichting Aknarij komen zijn hebben een Marokkaanse, Egyptische of Algerijnse achtergrond. Dat zij via Saadia hulp krijgen vanuit een informele, vertrouwde omgeving, werkt voor hen goed. Saadia heeft gemerkt dat zij het soms lastig vinden om professionele hulp te vragen als zij bijvoorbeeld voor een familielid zorgen: “Zorgen wordt als iets vanzelfsprekends gezien, je doet het gewoon. Toen ik net met mijn stichting begon, vertelde ik mijn verhaal aan een groep vrouwen. Mijn man was overleden en toen hij ziek was verzorgde ik hem, terwijl ik ook kleine kinderen had die naar school moesten. Ik had geen familie in de buurt wonen. Ik heb gelukkig hulp gehad van vriendinnen en buren, maar het was niet makkelijk. Toen ik mijn verhaal vertelde, viel iemand uit het publiek mij aan: ze vond dat ik niet mocht klagen, dat zorgen er nu eenmaal bij hoort. Terwijl ik juist wil laten zien: je mag gewoon gebruik maken van de hulp die er is en af en toe klagen mag ook. Ik probeer het bespreekbaar te maken, vooral als het gaat om langdurige zorg.”

Bruggetje naar formele zorg
Gelukkig is er in de 6 jaar dat Saadia bezig is met Stichting Aknarij al veel veranderd. Het begrip “mantelzorger” was toen niet bekend, nu praat iedereen erover. En mensen weten haar in ieder geval te vinden; zij horen via via van de activiteiten of kennen Saadia al uit de buurt. Als er professionele hulp nodig is, weet Saadia de juiste partijen te vinden in de buurt: “Ik heb een lijntje met Combiwel maatschappelijke dienstverlening en andere partijen die iets kunnen betekenen voor mantelzorgers. Als iemand het spannend vindt om zich aan te melden bij maatschappelijk werk, ga ik mee. Ik ben voor hen een vertrouwd gezicht, dan is de stap minder groot.” Stichting Aknarij bereikt een groep die normaliter bij formele zorgpartijen buiten beeld blijven. Saadia: “Zo vorm ik een bruggetje naar formele zorg.”

Samenwerking met andere (zorg)partijen
Saadia heeft een stevig netwerk in Amsterdam-West en werkt met haar stichting samen met veel informele en formele zorgpartijen, zoals Combiwel, Arkin, Markant, stichting Aminah, Productielab Amsterdam, Cliëntenbelang. Samen organiseren zij bijvoorbeeld informatiemarkten of inloopspreekuren. Een Mantelzorgplatform West (MPW) is in oprichting. Door samen op te trekken, bereiken ze een grotere groep mensen. Ook wordt het aanbod daar interessanter van. Zo organiseerde Stichting Aknarij vorig jaar met een aantal samenwerkingspartners een informatiemarkt over mantelzorg. Vanuit iedere invalshoek was er andere informatie te vinden.

Buurtcafé voor mensen met dementie
Stichting Aknarij is nu betrokken bij het opzetten van een buurtcafé voor mensen met dementie (en hun naasten) met een niet-westerse achtergrond. Het Alzheimercafé bestaat al enige tijd, maar dit sluit vaak niet aan bij mensen met een andere culturele achtergrond of met een taalachterstand. Drie jaar geleden ontstond de wens bij Saadia om ook deze doelgroep te bedienen, op een manier die hen wel aan zou spreken. Zij is toen met de gemeente Amsterdam in gesprek gegaan (met Saskia Grielen en Marleen Enter, zie interview elders in dit magazine, red.) over de mogelijkheden. Met een aantal partijen, waaronder Mantelzorgplatform West en Combiwel, gaat Stichting Aknarij hier nu passend aanbod voor ontwikkelen. Dit najaar vindt de eerste bijeenkomst plaats.

Dankbaar
Saadia krijgt veel positieve reacties uit de buurt over haar stichting: “Mensen zijn dankbaar, vinden het fijn dat ze ook af en toe even vrij zijn en niet altijd hoeven te zorgen. Er komen ook ouderen en mantelzorgers naar mijn groepen die geen hulp thuis nodig hebben, maar gewoon graag komen voor informatie, gezelligheid of ontspanning. Ik vind het mooi dat ik daar een bijdrage aan kan leveren.”

 

Stichting Aknarij West is gevestigd in de Mansveltschool op Karel Doormanstraat 125 in Amsterdam (Bos & Lommer). Voor meer informatie: www.aknarijwest.com.

“Je wil dat iedereen mee kan doen.”

Mantelzorgondersteuning op doktersrecept (via Welzijn op Recept), of het opzetten van een buurtcafé voor mensen met dementie en hun naasten. Zomaar twee projecten waarbij Saskia Grielen en Marleen Enter vanuit hun functie bij de gemeente Amsterdam betrokken zijn. Zij zijn medewerker beleidsrealisatie en hebben als aandachtsgebied mantelzorg en dementie. Een steeds groter wordende groep mensen met dementie vraagt om een andere aanpak: “Het draait de komende jaren vooral om de verbinding tussen zorg en welzijn.”

Als medewerker beleidsrealisatie zijn Saskia en Marleen er verantwoordelijk voor dat het gemaakte beleid van de gemeente wordt uitgevoerd door (zorg)partners in stadsdeel West. Zij bespreken de plannen met partijen die ondersteuning bieden op het gebied van mantelzorg en dementie. Het laatste jaar is dementie hoog op de agenda komen te staan in Amsterdam. Door de toenemende vergrijzing groeit deze groep en speelt dit onderwerp ook onder de bewoners met niet-westerse achtergrond.

Saskia Grielen

Langer thuis, meer zorg in de eigen omgeving
Er ligt een mooie taak om mantelzorgers de juiste steun te bieden en mensen met dementie te laten meedoen aan het leven in de buurt. Saskia: “Mensen blijven steeds langer thuis wonen, ook mensen waarbij dementie is vastgesteld. Gemiddeld zo’n 8 jaar na de diagnose. Ze komen niet of pas veel later in een verpleeghuis terecht. Dat betekent niet alleen een grotere belasting van de mantelzorger, maar ook dat de ondersteuning thuis of in de buurt geleverd moet worden. Daarnaast wil je dat mensen zo lang mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij, dus ook de mensen met dementie. Het is belangrijk dat zij zich thuis voelen in de buurt en dat zij actief mee kunnen doen. Onderzoek heeft aangetoond dat de kwaliteit van leven enorm toeneemt als mensen actief bezig blijven. Mensen kunnen vaak ook nog veel, de eerste jaren. Mensen willen zelf ook nog iets kunnen betekenen, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk of ergens een klus kunnen doen. We kijken samen met partners in stadsdeel West hoe we de acceptatie en bewustwording rondom dementie kunnen vergroten en hoe we kunnen toewerken naar een dementievriendelijke buurt. Daarbij houden we ook rekening met culturele verschillen; in elke cultuur wordt er weer anders tegen zorgen voor een naaste aangekeken. Je wil dat iedereen mee kan doen en niemand zich buitengesloten voelt.”

Marleen Enter

Mantelzorgondersteuning op recept
Een van de partners die regelmatig overleg heeft met Saskia en Marleen over de uitvoering van de plannen op het gebied van mantelzorg en dementie is Combiwel. Bij Combiwel Maatschappelijke Dienstverlening & De Geldcoach zijn 4 mantelzorgconsulenten actief in de 4 wijken van Amsterdam West. Daarnaast biedt Combiwel Buurtwerk activiteiten in de buurt aan voor zowel mantelzorgers als mensen met dementie. Combiwel doet veel om mantelzorgondersteuning onder de aandacht te brengen in Amsterdam-West. Een voorbeeld van een geslaagd project waar Combiwel veel werk voor heeft verzet is Welzijn op Recept, waarbij een huisarts een recept uit kan schrijven voor o.a. mantelzorgondersteuning. Marleen: “Welzijn op Recept bestaat al langer. Het gaat uit van het idee dat niet voor elk probleem waarmee iemand naar de huisarts komt medicatie uitgeschreven hoeft te worden. Soms is het beter om met iemand te kijken naar activiteiten in de buurt, voor sociale contacten of verlichting van de klachten. Een huisarts kan daar een arrangement voor uitschrijven. Recentelijk is daar ook mantelzorgondersteuning aan toegevoegd. Een grote plus, omdat niet iedereen zelf die weg weet te bewandelen. Het doel van deze vorm van doorverwijzen is om mantelzorgers sneller in beeld te krijgen en we zien in de praktijk dat dit ook werkt.”

De weg van informele naar formele zorg
Marleen: “De verbinding tussen zorg en welzijn wordt steeds belangrijker. Informele zorg- of welzijnspartijen hebben een signalerende functie: zij pikken snel op wanneer een buurtbewoner anders reageert dan ze van hem of haar gewend zijn. Het is belangrijk dat deze partijen dan vervolgens goed weten waar zij terecht kunnen als iemand professionele zorg nodig heeft.” Een goed voorbeeld van een informele zorgpartij is Stichting Aknarij West, die (mantelzorg)ondersteuning biedt aan met name vrouwen in West met een Noord-Afrikaanse achtergrond (zie elders in dit magazine het artikel over Stichting Aknarij, red.). Stichting Aknarij weet mensen te bereiken die bij de formele zorg buiten beeld blijven. Als het nodig is, kunnen de vrijwilligers van Stichting Aknarij de deelnemers van hun groepen warm overdragen naar één van de formele zorgpartijen in West.

Het bouwen van een netwerk
In coronatijd werd pijnlijk duidelijk hoe belangrijk het is om als buurtbewoner een netwerk om je heen te hebben. Formele zorg werd zoveel mogelijk afgeschaald, waardoor er een groter beroep werd gedaan op zowel mantelzorgers en informele zorg in de buurt. Maar wat als die niet in beeld zijn? Toenemende lichamelijke of geestelijke klachten blijven dan mogelijk onopgemerkt. Saskia: “In Amsterdam wonen relatief veel alleenstaande ouderen bij wie ook de diagnose dementie kan worden vastgesteld. Als zij hulpbehoevend worden, wil je dat zo snel mogelijk in beeld hebben om de juiste ondersteuning te kunnen bieden. Belangrijk in deze ondersteuning is de samenwerking tussen het informele netwerk rondom deze ouderen met de professionele zorg. In stadsdeel Centrum is hiervoor een proef gestart waarbij wordt gekeken hoe je dit met  hulp van informele netwerken kunt doen. Bij wie kunnen mensen terecht in de buurt? Zijn buren of andere naasten bereid om iets te doen? We breiden onze kennis steeds meer uit. De zorg kampt al een tijd met grote personeelstekorten, dat wordt de komende jaren alleen nog maar meer. De rol van informele netwerken wordt daardoor heel belangrijk, sterker nog: het wordt bittere noodzaak.”

De gemeente Amsterdam heeft veel voorzieningen voor mantelzorgers. Te denken valt aan tegemoetkoming in de kosten, parkeervergunningen en vergoeding van vervoer van en naar de behandelend arts. Een mantelzorgconsulent helpt u op weg bij de aanvraag hiervan. Daarnaast organiseert de mantelzorgconsulent trainingen en lotgenotengroepen ter ondersteuning van mantelzorgers. Neem contact op met één van onze mantelzorgconsulenten via mantelzorg@combiwel.nl of bel 06-13066148. Of kijk op www.mantelzorgamsterdam.nl voor meer informatie. 

Het waarderen van de mantelzorgers voor hun inzet vindt jaarlijks plaats op de Dag van de Mantelzorg (10 november) en tijdens de week van de jonge mantelzorger (1e week juni). Samen met de uitvoerende organisaties worden hiervoor passende activiteiten bedacht.  

 

 

“Mantelzorg is voor mij het verbinden van harten.”

Toen Willy (62 jaar) en haar man Franco in 2014 te horen kregen dat Franco kanker had, stond hun wereld op z’n kop. Ze stonden midden in het leven, hadden een eigen bedrijf in technisch onderhoud en hadden een actief sociaal leven. Er volgde een tijd van operaties, chemokuren en zorgen. “In het begin dachten we nog: dat varkentje gaan we wel even wassen.”

Franco werd in december 2014 geopereerd en in de zomer van 2015 was hij alweer volop aan het werk. De klus was geklaard, zo dachten Willy en Franco. Maar bij de nacontrole na de zomer bleek dat Franco veel uitzaaiingen had. Hij was uitbehandeld volgens de artsen. Ze hebben nog van alles geprobeerd: een HIPEC-procedure (waarbij de buik met chemo wordt gespoeld tijdens een operatie, red.), een second opinion in het VU, experimenten van de afdeling Farmacie (“wij noemden dat altijd de knutselafdeling”). Maar het mocht niet baten. In 2018 overleed hij aan de gevolgen van kanker.

Zorgen voor haar partner
Willy heeft de zorg voor haar man voor een groot deel op zich genomen tijdens zijn ziekte. Dat waren zowel dagelijkse dingen als wat zwaardere zorgtaken. Willy: “Ik hielp hem bij veel dagelijkse zorg. Alleen zijn wond verzorgen, dat kon ik niet. Het was een hele complexe wond. En zo is wijkverpleegkundige Claudia bij ons binnengekomen. Wij noemden haar “heilige Claudia”, wat een fijne meid was dat. Doordat zij vinger aan de pols hield, kon ik het volhouden.” Hun woonden al niet meer thuis, maar probeerden waar het kon nog te helpen. “Franco was in de nacht vaak onrustig. Dan werd ik wakker en dan was het bed leeg. Hij had pijn en wilde mij daar niet mee lastig vallen. Onze jongste zoon werkte in de horeca en aan het eind van zijn dienst appte hij Franco wel eens: ‘stukje wandelen, pap?’ En dan waren ze dus midden in de nacht even de hort op.” Onze oudste zoon was meer een gesprekspartner voor zijn vader. Willy en haar gezin waren heel hecht tijdens de ziekte van Franco. Altijd al eigenlijk, maar nu werd het nog duidelijker. Ze kwamen regelmatig thuis slapen om Willy support te geven. “Franco vroeg aan de jongens: ‘redt mam het nog?’ Want anders zou hij naar een hospice gaan, zei hij. Maar zover is het niet gekomen, ik heb hem tot het laatst verzorgd.”

Mantelzorger in hart en nieren
Zorgen is Willy met de paplepel ingegoten. Haar vader was vroeger al vrijwilliger bij Amnesty en Willy deed als jongedame vaak mee aan acties. “Omkijken naar een ander is je menselijke plicht, zo heb ik dat geleerd. Hoewel dat ook weer erg zwaar klinkt. Ik hoorde laatst iemand zeggen: zorgen is verbinden van harten. En ja, zo denk ik er ook over: je maakt echt verbinding met iemand.” Toen Franco ziek werd, was Willy ineens mantelzorger. “Maar wanneer ben je nu mantelzorger? Toen mijn jongste zoon jong was, heeft hij veel in het ziekenhuis gelegen, waardoor ik mijn leven helemaal moest omgooien. Maar ik heb nooit gedacht: ik ben mantelzorger. Ik was gewoon moeder. Ook bij Franco was het voor mij vanzelfsprekend dat ik hem zou verzorgen. Ik wilde ook heel veel zelf doen en dat kon ook, omdat ik thuis was. Was het zwaar? Zo denk je niet. Hij was een heel zelfstandig persoon, zodra het kon ging hij ook weer werken.” Doordat Willy eerder vrijwilligerswerk had gedaan via Combiwel, en ze uitkeek op Huis van de Buurt De Klinker, wist ze dat er bij Combiwel een mantelzorgconsulent werkte, Marloes Vermeulen. Ze kwam wel eens bij De Klinker en dan zei Marloes: “Als het je even te veel wordt, kom dan langs hè. Al is het maar voor een bak koffie.” Dat deed Willy. Toen Franco voor behandeling regelmatig naar het AVL ziekenhuis moest en geen vervoer had, wees Marloes haar op de mogelijkheid tot aanvullend vervoer. Hij werd dan door een speciaal busje opgehaald om naar het ziekenhuis te gaan. Willy heeft dat als heel waardevol ervaren. Het kunnen soms de kleine dingen zijn die verlichting geven.

Willy is nu alweer 2 jaar weduwe. De tijd na zijn dood was zwaar en er was allerlei papieren rompslomp, omdat het bedrijf van Franco stopgezet moest worden. Maar dat is niet waar Willy aan denkt als ze terugdenkt aan haar man. Haar man nam het leven zoals het kwam. Hij vond: het pad dat voor je ligt, dat bewandel je, ongeacht de consequenties. Hij deed alles op eigen wijze, liet zich niet in een keurslijf drukken. Franco kwam uit Guyana en was op zijn 17e naar Nederland gekomen met zijn broers en zussen. Hij had een enorme drive om iets van het leven te maken. Hij heeft een eigen bedrijf opgezet en was daarnaast muzikant (percussionist). Ze hadden veel verschillende vrienden en hadden een vrij leven. Willy voelde zich heerlijk daar heerlijk bij, toen ze salsales gaf en Franco haar op de conga’s begeleidde. Of dat hij opeens op een doordeweekse dag kon opbellen: heb je zin om naar het strand te gaan? Dan gingen ze vliegeren. Willy: “Ik realiseer me dat ik 42 jaar een verwend meisje ben geweest. Wij waren er onvoorwaardelijk voor elkaar. Dat mis ik erg, maar ik voel me ook gezegend dat ik zo veel liefde heb gekend.”

Willy heeft haar leven weer opgepakt. Zij doet vrijwilligerswerk voor Combiwel. “Ik heb van alles gedaan, van de Financiële Salon in de Koperen Knoop tot balie draaien in de Tagerijn. Nu bel ik voor Voor elkaar in West mensen die veel thuis zijn en behoefte hebben aan een praatje.” Ze zit ook in een rouwgroep met lotgenoten. Daar heeft ze een groepsapp mee. “Onze dag begint met de groepsapp. Dat is eigenlijk ook een soort vrijwilligerswerk, mensen doen graag hun verhaal. Je bent een luisterend oor en dat werkt altijd twee kanten op: je helpt iemand en zelf haal je er ook voldoening uit.”

Zorg voor haar ouders
Het zorgen gaat ondertussen gewoon door. Willy is nu mantelzorger voor haar vader, die dementie heeft, maar ze ervaart dat heel anders dan bij Franco: “Ik sta nu meer op afstand. De casemanager dementie regelt heel veel en mijn ouders wonen ook nog samen. Er is huishoudelijke hulp en mijn ouders hebben heel goed contact met de buren. Mijn zus en ik verdelen de andere taken, zoals de administratie of regelzaken. En ik probeer een beetje luchtigheid te brengen. Mijn moeder is moe, dat merk je. Met een beetje humor probeer ik het voor haar te relativeren, dat helpt. Ik kom er ongeveer 2 tot 3 keer per week. Het geeft een goed gevoel dat ik dat kan doen voor mijn ouders.”

Het verlies van Franco heeft Willy niet gebroken. “Nee, wij hebben altijd geleefd vanuit de gedachte ‘boem is ho’. Je kunt passief op een stoel gaan zitten en verdriet hebben, maar het leven is er om geleefd te worden. Je mag vallen, maar je staat weer op. Eerlijk gezegd dacht ik zo niet net na zijn overlijden hoor. Ik vond er geen bal aan in m’n eentje. En soms nog niet. Maar ik kan zeggen dat ik nu weer regelmatig plezier ervaar. En ik krijg veel steun van mijn omgeving. Dat is voor mij op dit moment voldoende.”

Wilt u ook weten welke ondersteuning u kunt krijgen als mantelzorger? Neem contact op met één van onze mantelzorgconsulenten via mantelzorg@combiwel.nl of bel 06-13066148. Of lees verder op onze website.  

 

Vinger aan de pols bij mantelzorgers

‘Kan ik nu nog wel mantelzorg verlenen bij mijn ouders?’ ‘Mijn vader is zo eenzaam, wat kan ik voor hem doen?’ ‘Nu de dagbesteding dicht is, welke activiteiten zijn er nog wel?’ Zomaar een greep uit de vragen die Marloes Vermeulen krijgt ten tijde van de coronacrisis. Marloes is maatschappelijk dienstverlener en mantelzorgconsulent bij Combiwel Maatschappelijke Dienstverlening en de Geldcoach. Zij ondersteunt mensen die zorgen voor hun naasten en voorziet hen van advies. “Je bent vooral een luisterend oor in deze tijden.”

Ja, vreemd is het wel, geeft Marloes aan, nu de coronamaatregelen van kracht zijn. Zij werkt vanuit De Klinker in Oud-West. Dat is voor een deel een verzorgings-/verpleeghuis en voor een deel het Huis van de Buurt. Het Huis van de Buurt en het verpleeghuis is vrij snel “op slot” gegaan voor bezoek van buiten na het instellen van de maatregelen. Ook de activiteiten op de dagbesteding zijn direct gestopt. Dus er valt direct een heleboel weg voor mantelzorgers. Een bijzondere situatie, die om maatwerk vraagt bij het bieden van hulp.

Marloes: “Mensen vragen me: ‘kan ik nog wel op bezoek bij mijn ouders, die in de kwetsbare doelgroep vallen?’ Soms zijn deze mensen afhankelijk van mantelzorg van hun kinderen. En de thuiszorg kan ook niet opgehoogd worden in deze tijd. Dus wat doe je dan? Het is een afweging die je als mantelzorger maakt. Ik ken zelfs 1 bewoner waarvan de dochter bij hem in het verpleeghuis is ingetrokken. Dat is nogal wat, want dan mag zij dus ook niet meer naar buiten. Maar ja, zij vond het zwaarder wegen dat haar vader dit niet alleen hoefde te doorstaan. Andere mantelzorgers hebben een ouder in huis genomen. Maar dat moet ook maar net kunnen en er blijven natuurlijk risico’s aan kleven.”

Geen pasklaar antwoord
De vragen die Marloes krijgt van mantelzorgers hebben geen pasklaar antwoord. “Iedere situatie is anders en het is ook maar net welke keuzes de mantelzorgers maken. Wat belangrijk is, is dat ze in mij een luisterend oor vinden. Ik kan ze op weg helpen om de juiste beslissing te nemen. En wat ze ook beslissen, het is belangrijk dat ze er geen schuldgevoel over krijgen. Want zij doen het beste wat binnen hun eigen bereik ligt.”

Belronde
Normaal gesproken ziet Marloes veel mantelzorgers via de dagbesteding of in het verpleeghuis. Of ze komen gewoon langs bij De Klinker, waar Marloes werkt. Nu dat weg is gevallen door corona, is zij begonnen met het bellen van bij haar bekende mantelzorgers. “Ik merk dat ze dat erg op prijs stellen, dat er ook aan hén gedacht wordt. Ook al speelt er misschien op dit moment niets, dan weten ze mij wel te vinden op het moment dat er wel iets is. Mantelzorgers zijn er goed in om zichzelf weg te cijferen. Ze denken: ‘er zijn mensen die het veel harder nodig hebben’ en trekken vaak ook pas heel laat aan de bel. Pas op het moment dat het water ze aan de lippen staat. Juist nu is het goed om een vinger aan de pols te houden. Want als deze situatie te lang duurt, dan verwacht ik dat veel mantelzorgers het moeilijk krijgen. Bijvoorbeeld ouderen waarvan de partner normaal gesproken een paar keer per week naar de dagbesteding gaat en nu niet meer. Het is pittig. Ze zitten nu nog in de modus ‘ik hou het nog wel even vol’, maar wat als dit nog maanden gaat duren? Dan moeten we echt andere oplossingen gaan bedenken.”

Een idee zou bijvoorbeeld kunnen zijn: het aanbieden van online cursussen ter ondersteuning van mantelzorgers. Markant, centrum voor mantelzorgers in Amsterdam, is daar recent mee begonnen. “Zo kunnen mantelzorgers toch goede tips krijgen hoe zij met de zorg voor hun ouders of partner om kunnen gaan. En hoe je als mantelzorger voor je eigen welzijn blijft zorgen. Want dat is misschien nog wel het belangrijkste.” Ook denkt Marloes dat op den duur huisbezoeken terug gaan komen, rekening houdend met de coronamaatregelen. En dat dagbesteding in kleine groepjes weer mogelijk wordt. Of dat mantelzorgers weer langskomen bij De Klinker voor advies. “Anders wordt het voor sommigen een onhoudbare situatie.” Alles is ook afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen rondom het coronavirus.

Nieuwe mantelzorgers
Marloes onderhoudt dus contact met bij haar bekende mantelzorgers, maar hoe weten nieuwe mantelzorgers haar te vinden? Verwijzingen via het verpleeghuis, de dagbesteding en de huisarts zijn door corona op een laag pitje komen te staan. Marloes: “Het is nu extra belangrijk dat mensen ons rechtstreeks weten te vinden. Als je zoekt op “mantelzorg Amsterdam-West” op Google, dan staan wij bovenaan in de zoekresultaten. Daarnaast staan we op de website www.mantelzorgamsterdam.nl, die tot stand is gekomen door een stedelijke samenwerking tussen alle Maatschappelijke Dienstverleners in Amsterdam. Op deze website staat hoe mensen direct in contact kunnen komen met een mantelzorgconsulent bij hen in de buurt. Alle mantelzorgconsulenten staan daar op met hun foto en 06-nummer, zodat je direct de juiste persoon aan de lijn krijgt. Dat werkt, mensen vinden dat fijn. Daarnaast kunnen mantelzorgers zich abonneren op onze digitale nieuwsbrief en zetten we regelmatig berichten op Facebook over mantelzorgondersteuning.”

Marloes wil ook nieuwe mantelzorgers uitnodigen om vooral niet te lang te wachten bij vragen of een verzoek om mantelzorgondersteuning. “Wij hebben veel ervaring en er zijn nog altijd mogelijkheden. Soms moet je een beetje creatief zijn. Wat ik belangrijker vind, is dat mantelzorgers zich gesteund voelen in deze toch al moeilijke tijd. Dus trek op tijd aan de bel.”

Wordt de zorg voor je partner of familielid je te veel? Neem dan contact met ons op via 020-6184952 of mail naar aanmelding.amw@combiwel.nl.