“Mantelzorg is voor mij het verbinden van harten.”

Toen Willy (62 jaar) en haar man Franco in 2014 te horen kregen dat Franco kanker had, stond hun wereld op z’n kop. Ze stonden midden in het leven, hadden een eigen bedrijf in technisch onderhoud en hadden een actief sociaal leven. Er volgde een tijd van operaties, chemokuren en zorgen. “In het begin dachten we nog: dat varkentje gaan we wel even wassen.”

Franco werd in december 2014 geopereerd en in de zomer van 2015 was hij alweer volop aan het werk. De klus was geklaard, zo dachten Willy en Franco. Maar bij de nacontrole na de zomer bleek dat Franco veel uitzaaiingen had. Hij was uitbehandeld volgens de artsen. Ze hebben nog van alles geprobeerd: een HIPEC-procedure (waarbij de buik met chemo wordt gespoeld tijdens een operatie, red.), een second opinion in het VU, experimenten van de afdeling Farmacie (“wij noemden dat altijd de knutselafdeling”). Maar het mocht niet baten. In 2018 overleed hij aan de gevolgen van kanker.

Zorgen voor haar partner
Willy heeft de zorg voor haar man voor een groot deel op zich genomen tijdens zijn ziekte. Dat waren zowel dagelijkse dingen als wat zwaardere zorgtaken. Willy: “Ik hielp hem bij veel dagelijkse zorg. Alleen zijn wond verzorgen, dat kon ik niet. Het was een hele complexe wond. En zo is wijkverpleegkundige Claudia bij ons binnengekomen. Wij noemden haar “heilige Claudia”, wat een fijne meid was dat. Doordat zij vinger aan de pols hield, kon ik het volhouden.” Hun woonden al niet meer thuis, maar probeerden waar het kon nog te helpen. “Franco was in de nacht vaak onrustig. Dan werd ik wakker en dan was het bed leeg. Hij had pijn en wilde mij daar niet mee lastig vallen. Onze jongste zoon werkte in de horeca en aan het eind van zijn dienst appte hij Franco wel eens: ‘stukje wandelen, pap?’ En dan waren ze dus midden in de nacht even de hort op.” Onze oudste zoon was meer een gesprekspartner voor zijn vader. Willy en haar gezin waren heel hecht tijdens de ziekte van Franco. Altijd al eigenlijk, maar nu werd het nog duidelijker. Ze kwamen regelmatig thuis slapen om Willy support te geven. “Franco vroeg aan de jongens: ‘redt mam het nog?’ Want anders zou hij naar een hospice gaan, zei hij. Maar zover is het niet gekomen, ik heb hem tot het laatst verzorgd.”

Mantelzorger in hart en nieren
Zorgen is Willy met de paplepel ingegoten. Haar vader was vroeger al vrijwilliger bij Amnesty en Willy deed als jongedame vaak mee aan acties. “Omkijken naar een ander is je menselijke plicht, zo heb ik dat geleerd. Hoewel dat ook weer erg zwaar klinkt. Ik hoorde laatst iemand zeggen: zorgen is verbinden van harten. En ja, zo denk ik er ook over: je maakt echt verbinding met iemand.” Toen Franco ziek werd, was Willy ineens mantelzorger. “Maar wanneer ben je nu mantelzorger? Toen mijn jongste zoon jong was, heeft hij veel in het ziekenhuis gelegen, waardoor ik mijn leven helemaal moest omgooien. Maar ik heb nooit gedacht: ik ben mantelzorger. Ik was gewoon moeder. Ook bij Franco was het voor mij vanzelfsprekend dat ik hem zou verzorgen. Ik wilde ook heel veel zelf doen en dat kon ook, omdat ik thuis was. Was het zwaar? Zo denk je niet. Hij was een heel zelfstandig persoon, zodra het kon ging hij ook weer werken.” Doordat Willy eerder vrijwilligerswerk had gedaan via Combiwel, en ze uitkeek op Huis van de Buurt De Klinker, wist ze dat er bij Combiwel een mantelzorgconsulent werkte, Marloes Vermeulen (zie interview elders in dit magazine). Ze kwam wel eens bij De Klinker en dan zei Marloes: “Als het je even te veel wordt, kom dan langs hè. Al is het maar voor een bak koffie.” Dat deed Willy. Toen Franco voor behandeling regelmatig naar het AVL ziekenhuis moest en geen vervoer had, wees Marloes haar op de mogelijkheid tot aanvullend vervoer. Hij werd dan door een speciaal busje opgehaald om naar het ziekenhuis te gaan. Willy heeft dat als heel waardevol ervaren. Het kunnen soms de kleine dingen zijn die verlichting geven.

Willy is nu alweer 2 jaar weduwe. De tijd na zijn dood was zwaar en er was allerlei papieren rompslomp, omdat het bedrijf van Franco stopgezet moest worden. Maar dat is niet waar Willy aan denkt als ze terugdenkt aan haar man. Haar man nam het leven zoals het kwam. Hij vond: het pad dat voor je ligt, dat bewandel je, ongeacht de consequenties. Hij deed alles op eigen wijze, liet zich niet in een keurslijf drukken. Franco kwam uit Guyana en was op zijn 17e naar Nederland gekomen met zijn broers en zussen. Hij had een enorme drive om iets van het leven te maken. Hij heeft een eigen bedrijf opgezet en was daarnaast muzikant (percussionist). Ze hadden veel verschillende vrienden en hadden een vrij leven. Willy voelde zich heerlijk daar heerlijk bij, toen ze salsales gaf en Franco haar op de conga’s begeleidde. Of dat hij opeens op een doordeweekse dag kon opbellen: heb je zin om naar het strand te gaan? Dan gingen ze vliegeren. Willy: “Ik realiseer me dat ik 42 jaar een verwend meisje ben geweest. Wij waren er onvoorwaardelijk voor elkaar. Dat mis ik erg, maar ik voel me ook gezegend dat ik zo veel liefde heb gekend.”

Willy heeft haar leven weer opgepakt. Zij doet vrijwilligerswerk voor Combiwel. “Ik heb van alles gedaan, van de Financiële Salon in de Koperen Knoop tot balie draaien in de Tagerijn. Nu bel ik voor Voor elkaar in West mensen die veel thuis zijn en behoefte hebben aan een praatje.” Ze zit ook in een rouwgroep met lotgenoten. Daar heeft ze een groepsapp mee. “Onze dag begint met de groepsapp. Dat is eigenlijk ook een soort vrijwilligerswerk, mensen doen graag hun verhaal. Je bent een luisterend oor en dat werkt altijd twee kanten op: je helpt iemand en zelf haal je er ook voldoening uit.”

Zorg voor haar ouders
Het zorgen gaat ondertussen gewoon door. Willy is nu mantelzorger voor haar vader, die dementie heeft, maar ze ervaart dat heel anders dan bij Franco: “Ik sta nu meer op afstand. De casemanager dementie regelt heel veel en mijn ouders wonen ook nog samen. Er is huishoudelijke hulp en mijn ouders hebben heel goed contact met de buren. Mijn zus en ik verdelen de andere taken, zoals de administratie of regelzaken. En ik probeer een beetje luchtigheid te brengen. Mijn moeder is moe, dat merk je. Met een beetje humor probeer ik het voor haar te relativeren, dat helpt. Ik kom er ongeveer 2 tot 3 keer per week. Het geeft een goed gevoel dat ik dat kan doen voor mijn ouders.”

Het verlies van Franco heeft Willy niet gebroken. “Nee, wij hebben altijd geleefd vanuit de gedachte ‘boem is ho’. Je kunt passief op een stoel gaan zitten en verdriet hebben, maar het leven is er om geleefd te worden. Je mag vallen, maar je staat weer op. Eerlijk gezegd dacht ik zo niet net na zijn overlijden hoor. Ik vond er geen bal aan in m’n eentje. En soms nog niet. Maar ik kan zeggen dat ik nu weer regelmatig plezier ervaar. En ik krijg veel steun van mijn omgeving. Dat is voor mij op dit moment voldoende.”