“Het was alsof ik een staatslot had gewonnen.”

Jane (49) had 10 jaar in Amerika gewoond en kwam terug met 3 kinderen. Om een opleiding te kunnen volgen, moesten haar kinderen naar de opvang. Na 10 jaar uit Nederland te zijn weggeweest wist ze niets over de regels rondom kinderopvangtoeslag. Ze heeft het uitbesteed aan een bemiddelingsbureau. En daar is het fout gegaan: “Ik had een schuld van € 36.000 bij de Belastingdienst.”

In 2009 kwam Jane weer in Nederland wonen. Ze wilde weer een bestaan opbouwen in Amsterdam. Maar alles was anders na 10 jaar en ze had nu ook 3 kinderen. Met de opleiding die ze had, kon ze hier helemaal niets en daarom wilde ze weer naar school. Maar dat betekende dat de kinderen naar de opvang moesten. Ze vond een gastouderbureau waar ook een bemiddelingsbureau aan verbonden was. Zij boden aan alles voor haar te regelen. Jane heeft alles aan hen overgelaten en zelfs haar DigiD-code gegeven, zodat het bemiddelingsbureau op haar naam de kinderopvangtoeslag kon aanvragen. De toeslag liet ze direct naar het gastouderbureau overmaken, zodat zij er verder geen omkijken naar had. Zelf betaalde ze maandelijks een eigen bijdrage aan het gastouderbureau. “Ik had teveel vertrouwen in die organisatie, blijkt achteraf.”

Schuld bij de Belastingdienst
Op een gegeven moment moest Jane de kinderopvanguren doorgeven aan de Belastingdienst. “Wat bleek: ik had een enorme schuld bij de Belastingdienst. Doordat ik in korte tijd een paar keer ben verhuisd, heeft dit bericht mij pas laat bereikt. De schuld was daardoor opgelopen tot € 36.000,-. Ik snapte er niets van en ben naar een belastingadviseur gegaan. Die heeft mij alles uitgelegd.” Jane bleek twee keer zoveel toeslag te krijgen als waar ze recht op had. Maar, de toeslag was nooit op haar rekening gekomen, maar rechtstreeks naar het gastouderbureau overgemaakt. De Belastingdienst vond toch dat Jane zelf verantwoordelijk was en eiste het bedrag terug en wel binnen korte tijd. De pogingen van Jane om contact met het bemiddelingsbureau te krijgen liepen op niets uit. Op het laatst werd er gewoon opgehangen als zij belde.

Lichamelijke klachten
In die periode ging het heel slecht met Jane. Ze belandde drie keer in het ziekenhuis in een periode van 3 weken. Ze heeft twee keer kantje boord gelegen, ze had veel bloed verloren. Toen kwam de pijn in haar knie en onderrug. Ze bleek artrose te hebben en tot slot ook nog een liesbreuk. Ondertussen probeerde Jane aan te tonen dat de teveel ontvangen kinderopvangtoeslag niet haar schuld was en dat zij dit zelfs nooit heeft ontvangen. Maar zelfs door de rechtbank werd besloten dat Jane zelf eindverantwoordelijk was. Ze had zelf getekend en haar DigiD-code aan het bemiddelingsbureau gegeven.

Hulp van een jobcoach
Jane: “Ik zag er helemaal geen heil meer in. Wat een hopeloze toestand. Ik had op dat moment een uitkering en zag wel in dat ik daarmee die schuld niet kon afbetalen. Daarom wilde ik graag aan het werk. Maar door mijn lichamelijke klachten had ik aangepast werk nodig. Elke keer als ik ergens begon, ging het aanvankelijk goed. Maar na een tijdje speelden mijn lichamelijke klachten op en dan werd mijn contract niet verlengd.” Toch moest en zou ze werk vinden. Op een gegeven moment is ze naar een job event gegaan dat werd georganiseerd door de Dienst Werk en Inkomen (DWI), terwijl ze nog herstellende was van een liesbreukoperatie. Ze sprak daar een jobcoach die haar verhaal aanhoorde. Ze zei: “Ik heb goede ervaringen met een schuldhulpverlener, ik denk dat ze u kunnen helpen.” Jane was sceptisch, maar de jobcoach zei: “dan ga ik met u mee.”

In de schuldhulpverlening

Zo is Jane bij Combiwel Maatschappelijke Dienstverlening en De Geldcoach terechtgekomen. Ze was helemaal onder de indruk van het eerste gesprek: “Ze kenden mij nog niet eens en toch waren ze er helemaal klaar voor om mijn zaak op te pakken. Alle papieren stonden klaar. Ik ging met een gerust hart naar huis.” De weken daarop heeft Jane haar verhaal op papier gezet voor de schuldhulpverlening. Met behulp van De Geldcoach heeft ze alle papieren verzameld die nodig waren om haar onschuld aan te kunnen tonen. Ze is een paar keer op gesprek geweest bij De Geldcoach, maar het meeste ging telefonisch of per mail. Jane kon erop vertrouwen dat de schuldhulpverleners voor haar aan het werk gingen en liet het los. In die periode heeft ze een baan gevonden in een supermarkt van een verzorgingshuis, een leerbedrijf voor mensen met een beperking.

Het verlossende telefoontje
En toen was het daar ineens: het verlossende telefoontje. “Ik werd opgebeld dat mijn schuld van € 36.000,- was kwijtgescholden. Ik was op dat moment op mijn werk en ik slaakte een kreet. Ik kon het gewoon niet geloven! De Belastingdienst had besloten om niet naar de rechtbank te gaan. Er bleef nog een schuld van € 1600 over en daar mag ik 3 jaar over doen om dat terug te betalen. Ik heb gelijk mijn moeder gebeld en die werd natuurlijk helemaal hysterisch. Zij heeft gelijk de hele familie ingelicht. Het voelde alsof ik een staatslot had gewonnen, ik was zo blij!”

Ondernemer in de dop
Het gaat weer goed met Jane. Ze heeft plezier in haar werk en haar lichamelijke klachten lijken als sneeuw voor de zon verdwenen. Ook haar kinderen zeggen: “mama, u bent weer happy.” De droom van Jane, een eigen bedrijf starten, ligt weer binnen handbereik nu haar schuld bijna weg is. Bij de supermarkt maakt zij vers belegde broodjes en dat loopt heel goed. Zo goed zelfs, dat haar werkgever haar de kans wil geven om binnen de winkel haar eigen toko te beginnen. “Dus wie weet ben ik binnenkort ondernemer, wie had dat gedacht?”